Krokante polentafrietjes met aardappelkruiden en citroenaioli
Deze goudbruine polentafrietjes zijn krokant vanbuiten en zacht vanbinnen, met een kruidige, vertrouwde smaak. Lekker als borrelhapje of als verrassend bijgerecht.
Kook de polenta stevig, laat deze opstijven en snijd hem daarna in frieten. Bak de frieten krokant in de oven en roer ondertussen een frisse citroenaioli.
Categorie: Groenten & bijgerechten

Stap voor stap
Bereidingswijze
6 stappen · 1 uur 55 min
-
Polenta koken
Breng 750 ml water met het zout aan de kook. Strooi de polenta er al roerend in en kook volgens de aanwijzingen op de verpakking tot een zeer dikke pap, meestal 3–5 minuten.
-
Kruiden en uitsmeren
Roer de Parmezaanse kaas en Aardappelkruiden door de warme polenta. Verdeel het mengsel in een met bakpapier beklede schaal van ongeveer 20 x 25 cm en strijk uit tot een laag van circa 2 cm dik.
-
Laten opstijven
Laat de polenta 15 minuten afkoelen en zet hem daarna 45 minuten in de koelkast. Verwarm tegen het einde van de wachttijd de oven voor op 220 °C.
-
Frieten snijden
Til de stevige polenta uit de schaal en snijd hem in repen van ongeveer 2 cm breed. Leg ze met wat ruimte ertussen op een bakplaat en bestrijk ze rondom met de olijfolie.
-
Krokant bakken
Bak de polentafrietjes 25–30 minuten in het midden van de oven. Keer ze na 15 minuten om en bak verder tot ze stevig en goudbruin zijn.
-
Aioli maken
Rasp ondertussen 1 tl van de citroenschil en pers 1 el sap uit. Meng beide met de mayonaise en de fijn geraspte knoflook en serveer de citroenaioli bij de warme polentafrietjes.